IJsland 2014

Voorbereiding

IJsland, de bestemming die we al vele jaren hebben uitgesteld is na de rondreis van Indonesië nu toch aan de orde. Misschien wat kort na elkaar maar van uitstel komt heel dikwijls afstel, en dit willen we nu net vermijden. We vliegen vanuit Brussel op Reykjavik, de meest noordelijk gelegen hoofdstad van de wereld. Het is de bedoeling de circa 1350 kilometer lange ringweg of Hringvegur te nemen die rond het eiland loopt. Op IJsland verwachten we een prachtige natuur met lavavelden, vulkanen, gletsjers en geisers. De landschappen die we hopen te zien, zouden behoren tot de spectaculairste ter wereld en het vaak wisselvallig weer gaan we er graag bijnemen.

 

  • Vertrek 24 augustus 2014      Brussel –  Reykjavik
  • Retour  04 september 2014   Reykjavik – Brussel

 

 

 

Dag 1   Brussel – Reykjavik – Hveragerði

Zondag 24 augustus

Ja het is weer zo ver, na ons wekelijks zondags ontbijt, nemen we de trein tot in de luchthaven. We zijn toch wel een beetje ongerust nu de IJslandse autoriteiten alarmfase rood hebben afgekondigd voor het IJslandse luchtruim, uit vrees voor een uitbarsting van de Bardarbunga vulkaan. Code rood betekent dat een belangrijke uitstoot van as in de atmosfeer mogelijk is, laat ons het beste hopen. Voorlopig ondervindt het vliegverkeer van en naar IJsland nauwelijks hinder van de alarmfase. Enkel het luchtruim boven de vulkaan zelf is gesloten en de hoofdstad Reykjavik ligt daar op ruime afstand vandaan.
Na 3u vliegen landen we op Keflavik, de internationale luchthaven van IJsland, ongeveer 50 km ten zuidwesten van de hoofdstad Reykjavik. De vlucht is prima verlopen en de in dienst name van onze huurwagen bij Hertz eveneens. De hoofdstad laten we voorlopig links liggen en we rijden onmiddellijk naar het thermisch gebied van Krýsuvík op het schiereiland Reykjanes. Het bevindt zich in het zuiden van Reykjanes, midden in het breukgebied van de Midden-Atlantische Rug die door IJsland heen loopt. Krysuvik bestaat uit verschillende geothermische velden, en bij Seltún maken we een kleine wandeling.

Na onze eerste kennismaking met een fascinerend lavalandschap, modderpoelen en heet waterbronnen wordt het tijd onze eerste slaapplaats op te zoeken in Hveragerði . Via het Kleifarvathmeer rijden we naar Hveragerði een stadje in het zuiden van IJsland, ongeveer 40 km ten oosten van de hoofdstad Reykjavik aan de Varmá of warme rivier. Onze eerste dag IJsland sluiten we af met een koude schotel van zalm, in het restaurant van ons hotel.

Ork hotel

Dag 2   Hveragerði (The Golden Circle)

Maandag 25 augustus

Deze morgen toch wat last van het tijdsverschil, rond vier uur kom ik wakker, zes uur Belgische tijd, toch wat vroeg om op te staan. Vandaag staat “De Golden Circle” op het programma. De gouden cirkel is een populaire toeristische regio in IJsland vol met bezienswaardigheden. De regio situeert zich ten oosten van Reykjavik en wordt vaak als dagtour vanuit de hoofdstad aangeboden. Na het ontbijt rijden we naar onze eerste bezienswaardigheid van de gouden cirkel namelijk het kratermeer van de Kerið vulkaan.

Het is een prachtig kratermeer waar je heerlijk kunt wandelen. Het voordeel is dat het kratermeer in een kuil ligt, waardoor je niet hoeft te klimmen om van het uitzicht in het kratermeer te genieten. De volgende stop vandaag is Skálholt, een historische plek in het zuiden van IJsland vlak bij de rivier Hvitá. Het dorp Skálholt bestaat nu alleen maar uit een paar huizen en een relatief grote kerk, die we bezoeken. Vroeger, vanaf de 11e tot aan het eind van de 18e eeuw, was Skálholt een belangrijk sociaal, cultureel en religieus centrum. We zetten onze rondrit verder met een stop aan de Faxi waterval. De Faxi, of Tungufoss ligt in de Tungufljót rivier, die zijn oorsprong vindt in het Sandvatnn, een meertje ten zuiden van de Langjökull gletsjer. In de waterval zien we duidelijk de zalmtrap liggen die het voor de zalmen gemakkelijker maakt om stroomopwaarts te zwemmen. Voor ons is dit de eerste waterval van de vele die we van plan zijn te bezichtigen op IJsland. Het weer wil vandaag niet zo goed meewerken, vaak is het miezerig en af en toe worden we getrakteerd op een regenbui. Aangekomen op onze volgende attractie “De Great Geysir” blijven we zelfs enkele minuten in de wagen zitten omdat de regenbui te hevig is. Zo te zien aan de vele toeristen is dit voor IJsland een echte top bestemming. De geiser is voor de IJslanders van dezelfde betekenis als de Old Faithful is voor Yellowstone, die we in 2000 zagen spuiten.  Het staat symbool voor IJsland en is een natuurwonder dat bezoekers fascineert met zijn adembenemende schoonheid. Nu dit natuurwonder is blijkbaar in een diepe slaap vervallen, want  hij vertoont uiterst zelden nog activiteit. Gelukkig ligt in het zelfde geothermische gebied ook de geiser Strokkur, welke om de 8 minuten uitbarst en hierbij water en stoom de lucht in spuit.

Op slechts tien minuten van de geisers ligt de Gullfoss waterval, ook wel de gouden waterval genoemd. Ook hier wachten we enkele ogenblikken in de wagen, daar de weergoden ons nog een keertje te goed doen aan een fikse regenbui. Op een mooi aangelegd pad wandelen we van de parkeerplaats tot aan de waterval. De Gullfoss waterval is echt spectaculair, een mooi overweldigend natuurgeweld. Het water stort in twee trappen de waterval af. In de eerst trap valt het water 11 meter naar beneden en in de tweede trap, die haaks op de eerste staat, nog eens 21 meter. De watervallen kunnen we tot heel dichtbij benaderen, en mede door het aangelegde pad vanuit verschillende posities bezichtigen. In het bezoekerscentrum lopen we even binnen voor een koffie met een stukje taart. De laatste stopplaats voor vandaag is het NP Þingvellir. Het is historisch gezien de belangrijkste plek in IJsland. Hier was het waar meer dan 1000 jaar geleden voor het eerst het Alþing (het eerste parlement ter wereld) bijeen kwam. Tevens is Þingvellir (parlementslaagvlakte) de plek waar duidelijk zichtbaar is dat de tektonische platen waar Europa en Amerika op liggen uit elkaar bewegen. Sinds 2004 staat het nationale park Þingvellir op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Aan het bezoekerscentrum bovenaan de kloof starten we onze wandeling door het wonderschone park. Via de Alþing, de Lögberg en het pittoreske beekje waar munten in het water worden gegooid komen we bij de Öxarárfoss waterval, een heel mooi fotomoment.

Opvallend in het park aanwezig zijn een wit kerkje (Þingvallakirkja) en een rijtje witte huizen. Vlak bij de pastorie stond tot 1970 een huis dat werd gebouwd in opdracht van de Deense koning, in de tijd dat IJsland nog Deens grondgebied was. In 1970 ging het echter in de vlammen op. De toenmalig premier van IJsland, Bjarni Benediktsson, zijn vrouw Sigríði Björnsdóttur en vierjarige kleinzoon kwamen tijdens de brand om het leven. Na de twee uur durende wandeling moeten we met spijt in ons hart het NP verlaten. Via het Þingvallavatn meer, dat het park aan de zuidzijde afsluit rijden we terug naar ons hotel. Met een oppervlakte van 84 vierkante kilometer is dit het het grootste meer van IJsland. Langs de lokale weg 360 rijden we voortdurend langs het meer tot bijna in Hveragerði. Ondanks het matige weer toch een prachtige dag beleeft vandaag.

Ork hotel

Dag 3   Hveragerði – Núpar

Dinsdag 26 augustus

Vanmorgen terug vroeg wakker, en wanneer ik naar buiten kijk, lijkt het of het trieste weer van gisteren nog niet helemaal is verdwenen. Vandaag volgen we de ringweg in oostelijke richting, met als belangrijkste bezienswaardigheden de Seljalandsfoss, de Skogafoss en als het weer het toelaat enkele korte wandelingen. Om zeven uur zitten we reeds te ontbijten en maken ons daarna klaar voor een ritje van zo’n 250 km. We hebben geluk, na een uurtje rijden door wind en regen, begint het op te klaren als we aankomen bij de Seljalandsfoss. De Seljalandsfoss is een van de meest beroemde watervallen van IJsland. Hij is ongeveer 60 m hoog en adembenemend mooi. Een bezoekje aan Seljalandsfoss is een absolute must wanneer u langs de zuidelijke kust rijdt. Er is nog weinig volk en we kunnen makkelijk foto’s maken. Eer we vertrekken lopen we voorzichtig achter de waterval door via een nat, maar vooral glad pad. Een half uurtje later staan we reeds bij de Skogafoss.

Net als de Seljalandsfoss ligt de Skogafoss eigenlijk vlak bij de ringweg. De Skogafoss is met een breedte van 25 m en een hoogte van 60 m één van de grootste watervallen in het land. Via een ijzeren trap gaan we naar boven, waar we het water zien naar beneden donderen. Van hieruit kunnen we ook mooi volgen hoe het water zijn weg vindt naar de zee. Onze volgende bestemming voor vandaag is Dyrholaey, een 120 m hoog, uitstekend gebergte, op korte afstand van het stadje Vík. Dyrholaey wordt aanzien als één van de mooiste kusten van IJsland. De locatie dankt haar naam aan de massieve boog die door de zee is geërodeerd. De letterlijke betekenis van de naam is overigens heel toepasselijk ‘deurgat’. Boven op Dyrholaey genieten we van een prachtig uitzicht op de talrijke indrukwekkende rotspartijen. Vervolgens gaan we naar beneden op het zwart gekleurde zand wandelen om de imposante stenen kloven te bekijken. Dyrholaey is al sinds 1978 een beschermd natuurgebied en echt de moeite. Op een paar minuten rijden van Dyrholaey ligt Vik het meest zuidelijk gelegen plaatsje van IJsland. Het zou eveneens de plaats zijn waar de meeste neerslag valt. Nu vandaag hebben we blijkbaar geluk en sedert deze morgen hebben we geen nattigheid meer gekregen. Vik ligt ook aan een mooi gitzwart strand en talrijke zwarte hoge basaltzuilen.

Vanuit het centrum maken we een wandeling van dik twee uur. Via een zeer steile helling bereiken we na veertig minuten een met gras begroeide hoogvlakte. Langs de steile klifkust loopt het pad verder richting oosten, en al snel hebben we een prachtig zicht op de uit zee oprijzende rotspunt Reynisdrangar. Ons geluk kan niet op vandaag, langs de talrijke vogelrotsen op de wandeling krijgen we talrijke papegaaiduikers te zien. Na de wandeling begint de vermoeidheid wat toe te slaan, maar ik wil de dag toch afsluiten met een laatste bezienswaardigheid. En wat voor één, de Fjaðrárgljúfur canyon, voor mij persoonlijk het hoogtepunt van de dag. De Fjaðrárgljúfur canyon is een fantastische mooie kloof een paar kilometer van het plaatsje Kirkjubæjarklaustur. Langs de kloof loopt door het gras een wandelpad van waarop je de kloof kan volgen, echt dit moet je gezien hebben. Ja nu is het wel genoeg geweest voor vandaag. Langs de weg naar ons hotel stoppen we echter nog een paar keer voor wat foto’s te nemen, we krijgen er niet genoeg van. Rond zeven uur zijn we in ons hotel waar we nog genieten van een heerlijk buffet als afsluiter van een  adembenemende dag.

 

Foss hotel

Dag 4   Núpar – Breiðdalsvík

Woensdag 27 augustus

Ons hotel van deze nacht ligt eigenlijk in de middle of nowhere, tussen Kirkjubæjarklaustur en het nationale park Vatnajökull. Vanuit ons bed hebben we een mooi uitzicht over de grasvlakte met op de achtergrond grillige rotsformaties. Het weer ziet er beter uit als de vorige dagen, en volgens de recente weersvoorspelling krijgen we de volgende dagen geen regen meer voorgeschoteld. Deze morgen zijn we wat later voor het ontbijt, en onmiddellijke erna rijden we richting Skaftafell dat in 2008 onderdeel werd van NP Vatnajökull. Skaftafell ligt tussen twee enorme gletsjertongen en wordt beschermd door een bergketen. Na een half uurtje naderen we het NP, en reeds van ver zien we de twee gletsjers liggen. Bij de ingang van het gebied is een informatiecentrum ingericht met parkeerterrein en een uitgestrekte camping. Hier starten we onze wandeling voor vandaag. Langs een fraai aangelegd pad lopen we omhoog tot bij de Hundafoss, om vervolgens bij de Svartifoss uit te komen. De spectaculaire, deels door overhangende basaltrotsen omgeven waterval, is een van de meest gefotografeerde bezienswaardigheden van het nationale park.

De waterval ligt in een ovalen gat in de heuvelwand, dat wel iets weg heeft van een natuurlijk amfitheater. Het bovenste gedeelte bestaat uit onregelmatig gevormde zuilen, de onderkant zijn vrijwel perfecte zuilen, de zogenaamde ‘orgelpijpen’.
Van hieraf steken we het water over en wandelen we omhoog naar het uitzichtpunt Sjónarsker. Van daar volgen we de grote rijweg omlaag en volgen de markering naar Sel. Daar staat een goed bewaarde turfhut uit 1920 die nog tot halverwege de 20e eeuw bewoond was. Van hieruit volgen we het pad terug naar beneden. Onderweg genieten we nog van een mooi zicht op de Hundafoss en de Þjófafoss. Over een voetgangersbrug bereiken we uiteindelijk over een gemakkelijk pad weer de camping en het infocentrum. De wandeling is een beetje uitgelopen en het is de hoogste tijd om te vertrekken naar onze volgend attractie. Op een uurtje rijden van het NP ligt het grootste gletsjermeer van het land. Deze beroemde locatie wordt Jökulsárlón of gletsjerlagune genoemd. Hier hebben we om 14u een afspraak om op het meer te varen met een zodiac boot. De lagune beslaat een oppervlakte van iets minder dan 20 vierkante kilometer en is op het diepste punt ongeveer 250 meter diep, het diepste meer van IJsland. We zijn precies op tijd, en nadat we een thermisch pak hebben aangetrokken, zijn we klaar voor de boottocht. Eerst varen we op volle snelheid tot aan het begin van de gletsjertong om daarna rustig terug te keren, zodat we de nodige foto’s kunnen nemen. Echt spectaculair is dat er grote stukken ijs in het smeltwater drijven. Deze stukken ijs zijn afkomstig van de gletsjertong Breiðamerkurjökull, wat een uitloper is van de Vatnajökull-gletsjer. De Vatnajökull-gletsjer wordt aanzien als de grootste gletsjer van de wereld na de ijskap van Groenland. Langzaam drijven de schotsen door het water vanuit de lagune via de rivier richting oceaan.Volgens onze gids is slechts 10% van de ijsschotsen, die boven het water uitsteekt zichtbaar.

De ijsschotsen in de lagune hebben allerlei verschillende vormen en  kleuren. Soms hebben ze een melkwitte of ijsblauwe kleur en soms zijn ze zelfs groen. Andere ijsschotsen zijn helder glinsterend als een diamant. Zij vormen gezamenlijk een wonderlijk landschap in het blauwgroene water van de lagune. Dankzij het schitterende weer deze middag komt alles nog veel beter tot zijn recht. Na de ultieme ervaring van de zodiac boottocht, is het nog een drie uur rijden tot aan ons hotel voor deze nacht. De weg is echter zo mooi dat we het jammer vinden wanneer we onze eindbestemming bereiken. Ik verval wellicht in herhaling maar dit was terug een dag om nooit te vergeten.

Bláfell hotel

Dag 5   Breiðdalsvík – Seyðisfjörður

Donderdag 28 augustus

Net als gisteren begint de dag bij ons ontbijt reeds met een stralende zon, dat beloofd voor vandaag. We zetten onze rit langs de pittoreske kust nog een stukje verder, om daarna landinwaarts te trekken. De weg die we volgen blijft ons verbazen, en we maken dan ook een ontelbaar aantal foto’s. Groot voordeel is dat het super kalm is op de weg, in het eerste half uur slechts 2 wagens gezien, onvoorstelbaar. Via het brede Lagarfljót meer rijden we tot aan het bos van Hallormsstaður. Het bos van Hallormsstaður, aan de oostzijde van de rivier is het grootste bos van IJsland. Het bos beslaat ongeveer 1800 hectare en er komen meer dan 50 verschillende boomsoorten voor. Ja het staat in schril contrast met de rest van IJsland want tot nu toe hebben we nog niet veel bomen gezien. Vanhier is het maar een paar minuten rijden tot aan de Hengifoss, waar we onze wandeling voor vandaag maken. De Hengifoss waterval ligt naast het Lagarfljót meer en tegenover de fraaie riviergeul van Hengifossárgljúfur.

Vanaf de parkeerplaats met informatieborden klimmen we via aangename treden omhoog en volgen eerst een breed pad. Na een omheining langs de bergweide wordt het pad smaller en krijgen we vegetatie te zien als tijm, maanvaren en silene (een anjersoort). Ongeveer halverwege de klim kunnen we reeds goed in, de met zwarte basaltzuilen kloof, kijken. Na ruim één uur klimmen staan we dan voor de Hengifoss. Het is een prachtige waterval van 118 m hoog, de op twee na hoogste waterval van IJsland. De bijzondere en imposante rotslagen maken het allemaal extra de moeite waard. De lagen bestaan uit een rode klei die tussen de basaltlagen geperst ligt, prachtig om te zien. Met de zon in ons gezicht starten we de afdaling terug naar de parking, de wandeling is echt geen makkie maar zeker de moeite waard. De voor ons zware wandeling eist zijn tol, we hebben koffie en gebak nodig.

Op slechts een tien minuten rijden ligt Skriouklaustur, waar we terug op krachten komen. Skriouklaustur is een nogal bijzonder gebouw, vroeger een oud landhuis en klooster, nu een museum met een uitstekend restaurant/cafetaria. Het oude gerenoveerde klooster is vooral bekend als voormalige woonplaats van de gerenommeerde IJslandse auteur Gunnar Gunnarsson, dit op het eind van de jaren dertig. Na de koffie rijden we langs het Lagarfljót meer tot in Egilsstadir . Hier nemen we de weg 93 tot in Seyoisfjörour. Wauw wat een afsluiter voor deze middag, de weg slingert zich eerst tot op 600m omhoog om daarna met de nodige haarspeldbochten uit te komen in Seyoisfjörour.

Seyoisfjörour onze slaapplaats voor deze nacht, ligt aan een smalle, 16 km lange fjord met dezelfde naam. Het rustige vissersplaatsje  is omgeven door hoge, steile bergen en daardoor is in de winter de zon er twee maanden lang niet te zien. Na een wandeling door het haven stadje eten we vanavond  in ons hotel Aldan, waarvan de keuken zeer goed staat aangeschreven. Perfecte afsluiter van de dag.

Hotel Aldan

Dag 6   Seyðisfjörður – Mývatn

Vrijdag 29 augustus

Het typisch IJslandse plaatsje Seyoisfjörour verlaten we deze morgen en trekken verder westwaarts richting Reykjahlíð. Via dezelfde prachtige weg nr 93 keren we terug naar Egilsstadir, waar we terug op de ringweg nr 1 uitkomen. Hopelijk krijgen we vandaag geen last van de kleine uitbarsting die er vannacht is geweest door de vulkaan Bárðarbunga. De vulkaan is al een paar dagen actief maar tot nu toe had er gaan eruptie plaatsgevonden, tot vannacht ten noorden van Dyngjujökull. Het landschap langs de ringweg vanuit Egilsstadir heeft een desolate indruk, heel weinig groen, en donker grijze bergen. Sommige stukken lijken wel op een onbewoond licht glooiend maanlandschap, weer een keertje iets anders. De rit duurt een dik twee uur, en net als de vorige dagen is er heel weinig verkeer, wat een luxe om hier rond te rijden. Vooraleer we Reykjahlíð bereiken verlaten we de ringweg via een korte zijweg het Krafla gebied. Van 1975 tot 1984 was het Krafla gebied vulkanisch zeer actief met tal van vulkaanuitbarstingen en aardbevingen. Eerst passeren we de futuristisch uitziende geothermische krachtcentrale en, wat verder afgelegen stoppen we aan de Viti. De Viti is een met blauwgroen water gevulde explosiekrater uit 1724 met een doorsnee van meer dan 300m Een wandeling over de kraterrand kan maar er staat zo veel wind dat we daar vanaf zien.

Tussen de Viti en de krachtcentrale ligt nog een mooie bezienswaardigheid, de de kleurrijke berg Leirhnjókur. Bij de Leirhnjókur maken we een wandeling van bijna twee uur. Daar ligt een bijzonder mooi solfatarenveld, dat scherp afsteekt tegen de verse, zwarte lava van de uitbarstingen tussen 1975 en 1984. Het is een vreemde gewaarwording om op en tussen de broze korst van, de hier en daar enigszins warme en grillig gevormde lava, te lopen. Vanop de top zijn de oude lavastromen nog heel duidelijk merkbaar, een onvergetelijk uitzicht. De lava wandeling is voor ons zeker het hoogte punt van de dag. Wat verder in oostelijke richting liggen de modderpoelen van Hverarond waar we ook nog even rondwandelen. Tussen de kokende modder, stoompluimen,  klei en stomende scheuren in de aarde liggen enkele paden die makkelijk te bewandelen zijn.

Voor ons stukje taart en de koffie vandaag, stoppen we bij de geothermische baden Jarðböðin. Dit is in zekere zin een beetje gelijkaardig aan de populaire,Blue Lagoon maar dan zonder massatoerisme en overdreven wellness. De vergelijking zullen we pas op het einde van onze vakantie kunnen ervaren, wanneer we een bezoek hebben gebracht aan die Blue Lagoon. Nu het water is hier heel mooi groen en heeft een temperatuur van ongeveer 39℃, wat een heerlijk gevoel.

Zo de dag zit er weeral op, we sluiten af met een bijzonder lekkere huisgemaakte beefburger in ons guesthouse, die eveneens een boerderij is.

Vogafjós Guesthouse

Dag 7   Mývatn

Zaterdag 30 augustus

Vannacht goed geslapen in onze chalet, voor het ontbijt moeten we een paar minuten wandelen tot aan de boerderij. Hier krijgen we een heerlijk ontbijt met heel veel eigen gemaakte produkten. Zeker tien verschillende soorten kaas, warme melk van de koe en wat een keuze aan eigen gebakken brood. We proeven ook het typische donker, zoet roggebrood dat wordt bereid door het deeg in blikken te bakken met behulp van de warmte van de aarde. De blikken worden ingegraven in een gebied waar lava dicht onder de oppervlakte stroomt. Door de warmte van de aarde wordt het brood gebakken, lekker.

Vandaag blijven we even ter plaatse trappelen en verkennen we het Myvatn meer en omgeving. Myvatn is het op vier na grootste meer van IJsland en van oudsher een belangrijke toeristische trekpleister. Het meer is erg mooi en groot, met een oppervlakte van ongeveer 37 km2 en aan de kust talloze kleine beekjes. Het is de bedoeling rond het meer te rijden en een drietal kleine wandelingen te maken. Een eerste wandeling doen we in de onmiddellijke omgeving van het dorp Reykjahlið. We starten aan de rand van het lavaveld Vogahraun en wandelen richting Grjótagjá. Het is een mooie natuur wandeling met verschillende lavatroggen, berkenbos, stukken weiland en bloemen op een zwarte ondergrond. De laatste dagen hebben we geluk met het weer, en ook vandaag schijnt het zonnetje heel regelmatig. Na bijna twee uur staan we terug aan de wagen en rijden nog een stukje verder langs het meer. Bij Skutustadir aan de zuidkant van het meer doen we een tweede kleine wandeling van een dik half uur. Van hieruit zien we tal van kleine eilandjes liggen en heel veel watervogels. Op naar de volgende wandeling. Vanaf de parkeerplaats Dimmuborgir beginnen we langs goed gemarkeerde paden onze derde wandeling voor vandaag.

Het meest opmerkelijke aan de wandeling is wel de lavapoort, een groot stuk lava met een opening. Ook de Kirkja, een indrukwekkend portaal geschapen uit lava trekt onze aandacht. We passeren nog vele formaties, die de naam Dimmuborgir of zwarte burchten meer dan recht doen. Genoeg gewandeld voor vandaag, tijd voor de douche en een heerlijk stukje lamsvlees, vers van de boerderij. Als dessert proeven we de skyr. De skyr is een belangrijk zuivelproduct voor IJsland. Het is een soort kaas die valt te vergelijken met kwark (ergens tussen yoghurt en roomkaas in). Het is vetarm, voedzaam en we vinden het in ieder geval erg lekker.

Vogafjós Guesthouse

Dag 8   Mývatn – Husavik

Zondag 31 augustus

Voorlopig hebben we genoeg lava velden gezien, en dit in alle vormen. Vandaag is het weer de beurt aan de watervallen. Het is de bedoeling zeker de Dettifoss waterval te bezoeken. Oorspronkelijk waren we van plan dit te doen via weg 862, mede omdat ik langs die weg een paar wandelingen had voorzien. Die optie is echter niet mogelijk , weg 862 is volledig afgesloten vanwege het eruptie gevaar van de Bardarbunga vulkaan. Alternatief voor vandaag wordt de weg 864, is de parallel weg van de 862 maar die zou in iets slechtere toestand zijn. En inderdaad dit ondervinden we aan de lijve, de gravel weg is niet zo’n beste keuze maar een andere is er niet. Gelukkig hebben we een deftige wagen, en na een uurtje rijden door een monotoon landschap, komen we bij de Dettifoss waterval aan.

Er staat enorm veel wind (storm) maar het blijft droog. Dettifoss is zonder twijfel de meest indrukwekkende waterval van Europa. Hij is 44 m hoog, 100 m breed en verwerkt per seconde maar liefst 500 m3 water en is hiermee de grootste van IJsland en in volume de grootste van heel Europa. Door de hevige wind is het lastig om foto’s te nemen en te filmen. Vanaf de Dettifoss waterval vertrekt een 1,5 km lang wandelpad naar de Selfoss waterval. Nu we hier zijn kan die er ook nog wel bij, en het spijt ons niet. De Selfoss, die zich stroomopwaarts bevindt is al even spectaculair, met heel veel basalt kolommen. Hij is op zich niet zo hoog maar een flink stuk uitgesmeerd in de breedte. Op naar de volgende, de Hafragilsfoss is een 27 meter hoge waterval op slechts enkele minuten rijden van de Dettifoss. Hier zien we duidelijk de canyon waarin de gletsjer rivier de Jökulsá á Fjöllum zijn weg zoekt langs de drie watervallen naar zee.

De Jökulsá á Fjöllum is meer dan 200 km lang en daarmee de tweede langste rivier van IJsland. Na nog een lastig stukje gravel weg komen we uiteindelijk uit bij Asbyrgi. Asbyrgi bestaat uit een ingesloten ravijn dat gelegen is ten westen van de rivier Jokulsa a Fjollum. De ravijn is meer dan drie kilometer lang en wordt aan alle kanten omgeven door kliffen. Asbyrgi wordt aanzien als de parel van de IJslandse natuur en maakt tegenwoordig deel uit van het natuurpark Vatnajökull, dat in 2008 officieel werd ingewijd. Bij de hoofdingang gaan we eerst even binnen in het moderne ‘Gljufrastofa Visitors Center’. Binnenin het gebouw bezoeken we een tentoonstelling over de natuur en geschiedenis van de ravijn. Met de wagen rijden we nog een stukje de ravijn verder in om daar even rond te wandelen. Via afgebakende paden komen we uit bij een idyllisch klein meertje gelegen aan het verste uiteinde van Asbyrgi. Verbluffend mooi door de spectaculaire vegetatie en de stilte van deze plek.

Langs de licht golvende groene kuststreek vervolgen we onze weg en komen na een uurtje rijden aan in Husavik, onze slaapplaats voor deze nacht. Er is nog tijd, voor wat rond te kuieren in het stadje. We gaan binnen in het kerkje van Husavik het icoon van de stad, en door veel IJslanders beschouwd als één van de mooiste houten kerkjes van het land. De dag sluiten we af in de Naustid, het beste visrestaurant van Husavik.

Fosshótel Húsavík

Dag 9   Husavik – Varmahlíð

Maandag 1 september

De eerste week IJsland zit er reeds op, en we hebben al heel veel mooie dingen gezien. Het is voor ons althans een druk programma geweest en de vermoeidheid begint er toch wat in te kruipen. Vandaag toch wat langer geslapen. Husavik laten we achter ons liggen en we rijden terug naar ringweg 1. Voor we de ringweg bereiken stoppen we nog even bij de oude boerderij nederzetting, Grenjaðarstaður. De boerderij van Grenjaðarstaður dateert uit IJsland nederzetting meer dan duizend jaar geleden. Voor een lange tijd was het een van de belangrijkste bedrijven van het gebied. Naast een kleine kerkje was er ook plaats voor de pastorie en het postkantoor.

Eenmaal terug op de ringweg bezoeken we nog maar eens een keertje een waterval, we krijgen er niet genoeg van. De Godafoss ligt vlak naast de ringweg, we kunnen hem eigenlijk niet missen. We maken er een korte stop van, en zien hoe het water van de Skjálfandafljót rivier van 12 m naar beneden komt. Het IJslandse grillige weer laat hem vandaag van zijn beste kant zien. Het is een sombere donkere dag met veel motregen en af en toe een flinke bui. Ook als we een stadswandeling doen in Akureyri kunnen we af en toe onze paraplu gebruiken. Akureyri ligt aan de Eyjafjörður, en wordt in IJsland ook wel de hoofdstad van het noorden genoemd. De stad is ook bekend om zijn botanische tuin, de vele goed onderhouden particuliere tuinen en zijn kleurrijke oude woningen.

Door de ligging van Akureyri aan de basis van de langste fjord van IJsland, en de omgeving van de bergen, heerst er een aangenaam landklimaat. Na een bezoek aan de meest noordelijk gelegen botanische tuinen, lopen we nog eens binnen in de prominente  Akureyrarkirkja. In Varmahlíð onze slaapplaats voor vannacht verlaten we terug de ringweg en rijden tot in Sauðárkrókur aan de kust. Onderweg bezichtigen we in Glaumbær, een kerkje en een turfboerderij uit de 18de eeuw. Deze boerderij was tot 1947 in gebruik maar dient nu als museum. Een heel mooie bouwstijl, kenmerkend voor IJslandse huizen op het platteland tot aan het jaar 1900.

Onze laatste bezoek voor vandaag is Hólar, een klein dorpje met minder dan 100 inwoners. Ondanks de geringe grootte van de nederzetting is Hólar historisch gezien zeer belangrijk. Het bezit zelfs een kathedraal, die tevens de oudste stenen kerk is op IJsland. In de kerk krijgen we wat uitleg van de conservator, die ons vertelt dat hier ook de eerste IJslands bijbel (oplage van 250 stuks) werd gedrukt. Hij laat ons er een exemplaar van zien. Ziezo de dag zit er alweer op, we dineren vanavond in ons hotel, het beste wat we tot nu toe kregen voorgeschoteld in IJsland.

Hótel Varmahlíð

Dag 10   Varmahlíð – Borgarnes

Dinsdag 2 september

Voor vandaag staat een zware rit voor de boeg, althans wat het aantal kilometers betreft. Deze morgen zijn we reeds vroeg wakker en even na acht uur kunnen we vertrekken. In tegenstelling tot gisteren wordt het vandaag prachtig weer, en de zon is al van de partij. Via de ringweg zetten we onze rondrit westwaarts verder. Na een dik uur rijden verlaten we terug de ringweg en nemen de gravelweg 711 op het schiereiland Vatnsnes. De weg is heel goed te doen en na 30 km komen we aan bij Hvitserkur.

Hvitserkur is een 15 m hoge rotsformatie in zee, en met wat fantasie kun je er een prehistorisch dier in herkennen, ja ik zie er wel wat in. Terug op de ringweg rijden we via de gravel wegen 59 en 54 naar het schiereiland Snæfellsnes. Snæfellsnes is het grootste schiereiland van IJsland en ligt tussen de Faxaflói baai in het zuiden, en de Breiðafjörður fjord in het noorden. Een bergketen loopt in oost-westelijke richting over de gehele lengte, en het hoogste punt daarvan is de 1446 meter hoge Snæfellsjökull. En wij die dachten dat we het mooiste van IJsland reeds achter de rug hadden.

Snæfellsnes wordt soms het mini-IJsland genoemd, omdat hier veel landschappen terug te vinden zijn die ook her en der over het gehele eiland verspreid liggen, zoals vulkanen, lavavelden, kliffen, zwarte stranden, grotten, basaltformaties, watervallen en meren. Het is werkelijk een pareltje en ieder uitzicht wilden we vastleggen op foto. Dit is natuurlijk onmogelijk, je moet er geweest zijn om alles te kunnen vatten. Via de kleine dorpjes Stykkishólmur, Ólafsvík, Rif komen we in Hellissandur aan waar een 412m hoge zendmast staat. Zo komen we ook aan de zuidkust bij de plaatsjes Arnarstapi en Hellnar. Arnarstapi ligt aan de voet van de berg Stapafell en heeft een zeer klein vissershaventje. In de omgeving maken we een mooie wandeling op de grasvlakten langs de kust. De kust is gekenmerkt door de vele kloven, spleten en bizarre basaltformaties.

De bekendste daarvan is Gatklettur, een rots van basalt met een groot gat erin. We rijden verder langs de zuidkant van het schiereiland tot in Borgarnes. Na een onvergetelijke rit van bijna tien uur, en meer dan 500 km komen we voldaan toe in ons hotel.

Icelandair Hotel Hamar

Dag 11   Borgarnes – Reykjavik 

Woensdag 3 september

De mooie zware dag van gisteren zit nog in de kleren, we gaan het vandaag wat rustig aan doen. Op het programma staan de laatste watervallen van ons IJsland bezoek en deze middag bezoeken we de hoofdstad Reykjavik. Om de watervallen te bereiken moeten we een klein stukje de ringweg terug nemen, in noordelijke richting. Op een klein uurtje rijden staan we voor de Hraunfossar in de prachtige Borgarfjörður.De Hraunfossar  watervallen zijn toch ook wel de moeite.

De watervallen zijn bijna 1 km breed en bestaan uit talloze bronnen met prachtig helder water die van onder de rand van het lava veld Hallmundarhraun opwellen. Even verder op bezoeken we nog Deildartunguhver. Deildartunguhver is een heetwaterbron in Reykholtsdalur vlak naast een boerderij. Het is qua volume de grootste heetwaterbron van Europa en hij produceert 180 liter water per seconde met een temperatuur van bijna 100°C. Het hete water wordt gedeeltelijk via pijpleidingen afgevoerd naar Borgarnes en Akranes (respectievelijk 34 en 64 kilometer verderop) waar het voornamelijk voor de verwarming van de huizen wordt gebruikt. Die pijpleidingen komen we nog verschillende keren tegen, onderweg naar Reykjavik. Naarmate we de hoofdstad naderen begint het weer ook weer te kwakkelen. De hele namiddag moeten we de paraplu in aanslag houden.

Eerst brengen we een bezoek aan Harpa dat vlak tegenover ons hotel is gelegen. Harpa is het concertgebouw en conferentiecentrum van Reykjavik en heel opvallend aanwezig aan de waterkant. Het pand heeft van afstand strakke vormen, maar wanneer je het van dichter benaderd worden allerlei kubusvormen en zeshoeken met verschillende kleuren transparant glas zichtbaar. De gevels zijn opgebouwd uit meer dan 10000 ramen en zien er heel futuristisch uit. Langs het water lopen we verder tot aan meest gefotografeerde kunstobject van Reykjavík, de Sólfar. De Sólfar (de zonnevaarder) is een stalen constructie die een droomboot moet voorstellen.

Het lijkt een karkas van een Vikingschip voor te stellen, maar dit was echter niet de oorspronkelijke bedoeling. Door de regenbuien door bezoeken we het knusse centrum en passeren aan het Stjórnarráðshúsið, de Dómkirkjan, het ultra moderne stadhuis en het kleine parlement. De weids opgezette kleurrijke moderne stad wordt voornamelijk gekenmerkt door veel laagbouw, veel ruimte voor tuinen, parken en ander groen. Tijdens een hevige regenbui kunnen we even schuilen in de Hallgrímskirkja, IJslands hoogste kerkgebouw. Met zijn 74m, is de kerk geinspireerd op de talrijke grote basalt partijen die in IJsland te vinden zijn. Binnen in de sobere klare kerk is een indrukwekkend kerkorgel te zien. Vanop de kerktoren krijgen we een fenomenaal 360° uitzicht over de binnenstad en de haven.

Voor de kerk staat het standbeeld van Leif Eriksson, zoon van Erik de Rode, de vermoedelijke eerste kolonist van Noord-Amerika. Het standbeeld werd in 1930 door de Verenigde Staten geschonken om het 1000-jarig bestaan van het Alþing (IJslandse parlement).  Om af te sluiten wandelen we nog eens door de gezellige Laugavegur, de winkelstraat van Reykjavik. Met de vele kleine huisjes met hun kleurrijke daken, en de rustige straten lijkt Reykjavik meer op een dorp dan op een hoofdstad. Wij vinden het in ieder geval een gezellige stad.

CenterHotel Arnarhvoll

Dag 12   Reykjavik – Keflavík

Donderdag 4 september

Deze morgen verlaten we Reykjavik, het weer is compleet omgeslagen, bij het ontbijt schijnt de zon al volop. Onze GPS loods ons perfect door de stad, tot aan de Blue Lagoon, de absolute afsluiter van onze IJslandreis. De Blue Lagoon is een ongelofelijk mooi gebied dat zich in het hart van een lava veld bevindt. Rond elf uur is het al betrekkelijk druk op de parking van de lagoon. Nu het is niet voor niets een van de toeristische hoogte punten van IJsland. Het water is heerlijk warm en heeft een mooie licht blauwe kleur. Het water in de lagoon is afkomstig uit diepe gaten, die zich op 2000 m diepte bevinden en volgens de IJslanders heeft het een heilzame werking. De Blue Lagoon lijkt op het eerste zicht op een IJslands natuurverschijnsel, maar schijn bedriegt. Het is namelijk  aangelegd begin jaren 90 door de IJslanders zelf. De in de buurt staande Svartsengi krachtcentrale pompt geothermisch water omhoog voor de opwekking van warmte en elektriciteit, de restwarmte wordt gebruikt om de Blue Lagoon te verwarmen. Kortom wij vonden het een perfecte plek om onze vakantie af te sluiten. Na de middag leveren we onze huurwagen terug in, en wandelen we eens rond in Keflavik.

Hotel Berg

Dag 13   Reykjavik – Brussel

Vrijdag 5 september

Deze morgen vroeg uit de veren, wekker loopt af om 4u30. In hotel Berg, die heel dicht bij de luchthaven ligt, kunnen we nog een ontbijt krijgen en zo zijn we volledig klaar om onze terugvlucht aan te vangen. De vlucht vertrekt stipt om 7u40 en verloopt prima, even na 15u staan we reeds in het station Kortrijk.

IJsland zeker doen, heel prachtig land met een ongekende verbluffende natuur en dit op slechts 3u vliegen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers liken dit: