Corsica 2016

Voorbereiding.

Corsica, het grootste eiland van Frankrijk, gaan we uiteindelijk eind september van ons rijkelijk gevuld reislijstje kunnen schrappen. We starten onze rondrit op 13 september in Figari, een kleine luchthaven in het zuiden van het eiland. Onze low budget vlucht met Ryanair ligt al van begin dit jaar vast samen met onze huurwagen. Het is de bedoeling op onze ontdekkingstocht zoveel mogelijk van de natuur te genieten en de mooiste toeristische bezienswaardigheden te bezoeken. Wat we zeker niet willen missen zijn de hooggelegen dorpjes van de Balagne, de golf van Porto, het stadje Bonifacio en de bergkam Cap Corse, helemaal in het noorden van Corsica. De verschillende logies liggen allemaal vast en nu enkel nog hopen op goed weer.

  • Vertrek 13 september 2016      Charleroi –  Figari
  • Retour  27 september 2016      Figari  – Charleroi

Dag 1  Charleroi – Figari – Bonifacio

Dinsdag 13 september

Ja we zijn weer gestart, we hebben vannacht reeds de nacht doorgebracht in een hotel dicht bij de luchthaven van Charleroi waar onze vlucht met Ryanair vertrekt om 7u20. Onze wagen kan in het hotel blijven staan en met de shuttle dienst raken we heel makkelijk op tijd voor onze vlucht. Na ons ontbijt in de luchthaven vertrekken we precies op tijd richting Corsica. Een dik half uur voor tijd landen we op Figari een piep kleine luchthaven in het zuiden van het eiland. Doordat we zo vroeg zijn moeten we nog een uurtje wachten op onze huurwagen. Nadat we onze koffers hebben afgezet in de lobby van het hotel rijden we onmiddellijk door naar Bonifacio. Bonifacio is de meest zuidelijk gelegen stad van Corsica. Het middeleeuwse stadje is gebouwd op kalkrotsen zowat 80 meter boven zee. Om de stad binnen te rijden is het enorm druk en een parkeerplaatsje vinden we nog net op het einde van de landtong.

wp-1473767836426.jpg

Ik denk dat we hier op het hoogste punt van de stad zijn, en van op de oude vestingmuren hebben we een mooi uitzicht over de baai. We slenteren wat rond in de oude stad langs mooie pleintjes en smalle straatjes, een doolhof van overkapte gangen en trappen. Aan de jachthaven met tal van mooie dure boten eten we uitgebreid en keren daarna terug naar ons hotel, genoeg voor de eerste dag.

Hotel: L’Albitru

Dag 2 Bonifacio

Woensdag 14 september

Ons hotel, eigenlijk een B&B, ligt op een vijftal kilometer van Bonifacio waar we vandaag nog wat gaan wandelen en een boot tochtje maken. Hopelijk is het deze voormiddag wat minder druk en iets minder warm. Parking is deze morgen geen probleem, het is nog heel kalm en we vinden heel dicht bij het centrum een plaatsje. Langs het brede geplaveide pad die start aan de kerk St Erasme lopen we steil omhoog tot aan de kapel saint Roch. Hier start de wandeling naar cap pertusato. Vanop het hoog gelegen pad dat mooi de kustlijn volgt, kunnen we prachtige foto’s nemen van de stad Bonifacio. Het pad loopt tot aan de vuurtoren Capo Pertusato die op het meest zuidelijkste punt staat van Corsica.

wp-1473870032307.jpg

Rond elf uur zijn we terug aan de haven waar we een ticket kopen voor een boottochtje van een uur. Als we de haven uitvaren krijgen we een mooi zicht op bastion de l’etendard en de resterende vestingsmuren van de stad. Via de mooie kustlijn en een paar wondermooie kleine inhammen vaart de boot naar de zeegrot “Grotte du Sdragonatu”. Onze kleine boot kan net de grot binnen varen die verlicht wordt door een grote opening in het plafond. Daarna vaart hij verder langs de kalkstenen falaises tot aan de “Escalier du Roi d’Aragon” en “Grain de Sable” een zeer herkenbare vrijstaande rots in zee met de als bijnaam de zandkorrel. Vanop zee krijgen we een mooi beeld van de grillige kliffen waarop Bonifacio gebouwd is.

wp-1473869808010.jpg

Terug aan wal, gaan we uitgebreid gaan eten met uitzicht op de jachthaven. We willen terug wat van onze zopas binnen gespeelde calorieen verliezen en besluiten nog wat te wandelen. Via de Porte de Gênes lopen we tot aan de Rue des Deux Empereurs. In het begin van dit kleine steegje hebben twee beroemde gasten gelogeerd. Aan de ene kant van het straatje logeerde Keizer Karel in 1541 en recht daar tegenover logeerde in 1793 Napoleon Bonaparte. Vanhier uit gaan we nog tot aan de Escalier du Roi d’Aragon die we reeds vanop het water konden bewonderen. De steile trap aan de westkant van de kaap dalen we af tot aan de zee. Toch wel wat onderschat die afdaling en zeker het terug naar boven komen langs de 187 treden waarvan geen een dezelfde afmeting heeft. Nu hebben we toch wel een ijsje verdient, oei die calorieen. Terug in onze B&B nemen we nog een frisse duik in het mooi aangelegde zwembad.

Hotel: L’Albitru

Dag 3 Bonifacio – Aullène

Donderdag 15 september

Vandaag verlaten we na het ontbijt het door toeristen overspoelde mooie Bonifacio, ondanks dit, toch zeker de moeite waard. Volgens het plaatselijke weerbericht gaat het vandaag wat regenen, we zien wel. Onze gastvrouw vertelde ons gisteren dat het hier nog niet deftig geregend heeft sedert februari. Het plaatsje Sartène is onze eerste stop vandaag, en door kenners gezien als de nog de meest Corsicaanse stad van het eiland. Na een uurtje rijden parkeren we onze wagen op een parking net buiten het stadje. Op tien minuten wandelen staan we op de Placa Porta in het sfeervolle centrum van het stadje. Hier drinken we een vers geperst fruitsap op een terras van het café recht tegenover het stadhuis. We zijn in vakantie en nemen onze tijd om de toeristen te zien flaneren op het plein.

wp-1473962865129.jpg

Sartène is niet zo commercieel gericht op toerisme als Bonifacio, maar toch weten vele toeristen het te vinden. De oude binnenstad is een echt labyrint van kleine straatjes en inderdaad nog authentieker als in Bonifacio. Onder het gewelf van het stadhuis lopen we naar het Quartier de Santa Anna, een doolhof van geplaveide kleine steegje, om vervolgens terug aan de parking uit te komen. Op slechts een tiental minuten rijden van Sartène ligt zonder twijfel de beroemdste Genuese brug van Corsica de Spin’a Cavallu. Hier is van de vele toeristen geen speur te bemerken, we hebben de brug voor ons alleen. Van hier uit rijden we verder langs erg bochtige wegen met tal van haarspeldbochten, naar Filitosa. Filitosa is een mooi aangelegde prehistorische sites uit het Neolithicum en de vroege bronstijd. De site werd ontdekt in 1946 door Charles-Antoine Cesari, naast de vele opgravingen zijn er ook enkele menhirs te bewonderen.

wp-1474039968435.jpg

Filitosa V is de grootste en de bekendste menhir met de meest nauwkeurig uitgesneden uitrusting zoals een zwaard en een dolk. Onze B&B voor de twee volgende nachten ligt op een uur rijden in Aullène. Onderweg genieten we van tal van mooie vergezichten. Het kleine dorpje Aullène is prachtig gelegen en wordt omgeven door een ongerept berglandschappen. Net voor we het dorp binnen rijden zien we ons eerste wild everzwijn langs de kant van de weg, toch even schrikken. In een typische Corsicaans hotel/restaurant eten we een lekker diner van streekproducten met een overheerlijke huiswijn om de dag af te sluiten.

Chambres d’hôtes : Villa Cardellini

Dag 4 Aullène

Vrijdag 16 september

Gisteren was er wat regen voorspeld die hebben we gelukkig niet gekregen, en de hoge temperatuur van de eerste dag zijn we voorlopig ook kwijt. Voor ons volstaat een dikke 25° zeker voor de komende dagen. Vanochtend worden we echter wakker gemaakt door gedonder, en de daarmee gepaard gaande hevige blikseminslagen. In de ontbijt ruimte van onze B&B hebben we prachtig zicht over de vallei en het rotsige landschap, en daarbij zien we helaas hoe het water met bakken uit de hemel valt. Rond negen uur is het wat opgeklaard en zijn we klaar voor vandaag de Alta Rocca te verkennen. De Alta Rocca is de groene long van Zuid Corsica met tal van kleine dorpjes en een echt paradijs voor wandelaars. Via Zonza rijden we eerst naar de col de Bavellla (1280m). Hoe dichter we echter de top naderen hoe grilliger het weer wordt. Normaal moesten we hier kunnen genieten van mooie vergezichten over de mooie Aiguilles de Bavella. Helaas door de dikke mist zien we geen steek voor ons ogen. De voorziene wandeling naar de Trou de la Bombe valt hierbij ook volledig in het water, jammer. Veel anders dan terug naar Zonza rijden zit er verder dus niet in. Het weer wil echt niet mee vandaag, de regenbuien halen het duidelijk tegenover de opklaringen. Toch laten we ons niet afschrikken en rijden naar het dorpje Levie voor een bezoek aan Cucuruzzu en Capula.

wp-1474040413565.jpg

Cucuruzzu en Capula zijn twee belangrijke vindplaatsen van het prehistorische Corsica. Door de buien heen kunnen we de wandeling, in een bos van eiken en kastanjebomen, en langs de talrijke rotspartijen, enigszins droog afwerken. Hoogtepunt van de tour is het Castellu de Cucuruzzu een monumentaal complex uit de bronstijd, opgetrokken uit grote granieten rotsblokken. Na het beëindigen van de wandeling rijden we nog een keertje terug naar de col de Bavella, maar helaas het slechte weer was daar nog niet verdwenen. Dan maar terug naar onze B&B waar we in het dorpje nog een beetje rondwandelen, vandaag geen geslaagde dag, morgen beter.

Chambres d’hôtes : Villa Cardellini

Dag 5 Aullène – Corte

zaterdag 17 september

Vandaag staat er een lange rit op het programma, dwars door het hart van Corsica naar Corte. Corte was een korte tijd de hoofdstad van de ‘Corsicaanse Natie’ en voor Corsicanen blijft dit gevoelsmatig nog steeds een beetje als de hoofdstad aanvoelen. We zijn er ons van bewust dat de rit van iets meer dan 100km vandaag wel vermoeiend kan zijn, langs de D69 een kleine lokale weg met een paar stevige col’s en heel veel bochten werk. Veel verkeer is er hier niet te bespeuren, wel moeten we extra voorzichtig zijn voor los lopende honden, koeien, geiten en heel veel zwijnen, die plotseling in het midden van de weg verschijnen. Het weer is stukken beter dan gisteren en zo kunnen we genieten van de toeristische D69 route. Rond de middag komen we aan in Corte, net op tijd voor de aperitief op Place Paoli. Op het plein staat een bronzen beeld van Pascal Paoli, een lokale vrijheidsstrijder die in 1755 tot generaal van de Corsicaanse natie werd verkozen. Vanaf het plein lopen we de trappen op tot aan de Chapelle Sainte-Croix-Citadelle. De kapel met een eerder sobere voorgevel heeft binnen wel een mooi barokke interieur.

wp-1474137131384.jpg

Tijd voor een hapje te eten in het restaurant U Museu, uitstekend gelegen met een heel vriendelijke bediening en natuurlijk lekker eten. Na het eten bezoeken we nog de Citadel en het Musée de la Corse. Normaal kost dit combinatie ticket 5€, maar vandaag was het bezoek gratis, leuk. De Citadel was een voormalige kazerne en gevangenis en is gebouwd als een arendsnest boven op een rots. Van bovenuit heb je een uitstekend uitzicht op de stad en op Vallée de la Restonica. We hebben nog wat tijd en besluiten de Gorges de la Restonica in te rijden. De Gorges de la Restonica is een prachtige kloof van 16km lang over een bochtige en smalle weg, ja en op sommige plaatsen echt heel smal. Dus extra opletten, toch kunnen we voldoende genieten van het magnifieke dal gekenmerkt door prachtige okerkleurige rotsen en in de diepte stromende Restonica rivier. Voor de geplande wandeling op het einde van de Gorges is het echter te laat geworden en we rijden dezelfde weg terug nog steeds genietend van de prachtige omgeving.

Hotel : Les Jardins de la Glaciere

Dag 6  Corte – Porto

Zondag 18 september

Corte het hart van Corsica verlaten we vandaag en trekken naar de westkust van het eiland meer bepaald naar Porto. Het weer deze morgen is echt slecht, regen en wind blijven voorlopig de hoofdrol spelen. Kort na ons vertrek rijden we de bergpas Scala di Santa Regina in, net als gisteren een even mooie dal. Op tal van plaatsen is de smalle weg een stuk in de rotswanden uitgehouwen en ook hier is het moeilijk rijden door het zeer bochtige parcour. Door de buien heen kunnen we toch nog genieten van de grillige en soms angstwekkende rotsformaties. Aan het uiteinde van de Scala di Santa Regina ligt Calacuccia, waar we even stoppen. Calacuccia ligt op het zonnige plateau van de Niolo op iets meer dan 800m hoogte en is gekend voor zijn schapenkaas, maar vandaag mag dit zonnige er wel af. Over de Barrage de Calacuccia, een stuwdam die de regio van elektriciteit voorziet, rijden we verder naar de col de Vergio. Col de Vergio een bergpas van 1477m is de scheiding van twee prachtige bossen.

wp-1474220130258.jpg

In zowel het Forêt d’Aïtone als in Forêt de Valdu-Niellu zien we immense Corsicaanse dennen, beuken en zilversparren. Beide bossen kennen weinig lage begroeiing zodat de oude kolossale boomstammen heel goed tot hun recht komen. Onze geplande wandeling voor vandaag naar de waterval van Radule slaan we over en maar best want plotseling barst een wolkbreuk los. Het water uit de bergen stroomt overvloedig de weg op, heel gevaarlijk voor te rijden. Gelukkig is die overvloedige waterval maar van korte duur, en wanneer we Cargèse binnen rijden is het al wat opgeklaard. Cargèse, ook wel de Griekse stad genoemd, vanwege zijn Église Grecque, een Griekse-orthodoxe kerk. Verder is het een aangenaam plaatsje met een kleine jachthaven en een mooi gelegen zandstrand in een verrukkelijke baai. Vanuit Cargèse nemen we de D81 richting Piana voor het hoogtepunt van de dag namelijk De Calanche de Piana. De Calanche de Piana zijn een betoverende reeks rotspartijen tussen Piana en Porto. In de door erosie gevormde oker gekleurde granieten rotsen ziet iedereen wel een ander soort beeldhouwwerk. Allerhande silhouetten van mensen, dieren, planten en zelfs monumenten worden herkend in dit chaotische landschap met in de achtergrond een diepblauwe zee. Dit bijzonder gebied is niet voor niets Werelderfgoed van UNESCO.

Hotel : Capo D’Orto

Dag 7 Porto

Maandag 19 september

Vannacht nog een paar keer wakker geworden door het onweer, wanneer ik echter vanochtend op het terras van de kamer buiten kom zie ik een klaar blauwe heldere hemel. Vanop ons terras zien we aan de ene kant de bergen en langs de andere kant de blauwe zee met de Genuese toren boven op een rots bij de monding van de rivier de Porto. Normaal had ik vandaag een boottocht voorzien van 3 uur langs de Calanche de Piana en het Réserve Naturelle de Scandola. Jammer, doordat de zee nogal woelig is vaart er vandaag geen enkele boot uit.

wp-1474315309284.jpg

Zo wordt het vandaag een rustig dagje, toch besluiten we nog een keertje terug te rijden naar Piana. We volgen de kustweg nu in de andere richting en krijgen enigszins een andere kijk op de kliffen. In Piana nemen we de route naar de Ficajola, langs een smal en steil weggetje dalen we af naar het strand. Beneden is uitzonderlijk een ruime parking voorzien, vanwaar het nog een 800 m lopen is tot aan de baai. Er is heel weinig volk, naast twee andere koppels hebben we het strand voor ons alleen. Op de terugweg naar Porto krijgen we te maken met onze eerste file op Corsica. Een paar bussen en vrachtwagens die ook, de enige smalle weg tussen Piana en Porto nemen, blokkeren alles en hier en daar moeten we een stukje achteruit rijden.

wp-1474315481827.jpg

Nu, hier in de file staan met zo’n uitzicht verveeld nog niet zo rap. Terug in ons hotel lopen we te voet naar het strand van Porto, eten nog een late lunch en kuieren verder nog wat rond in de kleine jachthaven. De rest van de namiddag brengen we rustig door op het terras van ons hotel met een prachtig uitzicht over de baai van Porto.

Hotel : Capo D’Orto

Dag 8 Porto – Calvi – Santa Réparata di Balagna

Dinsdag 20 september

Tijd om de golf van Porto te verlaten vandaag, we gaan de westkust volgen naar het noorden van het eiland via de golf van Galeria en Calvi om zo in de Balagne te eindigen. Van uit ons hotel kunnen we zo de D81 oprijden die we volgen tot aan Le Fango, een kleine kunstrivier van amper 20km lang. Eerst moeten we de col de palmarella over, nou ja ik weet niet of we dit wel een col kunnen noemen met amper een hoogte van iets meer dan 400m. Enkele kilometer voordat de rivier de Fango uitmond in zee stoppen we even bij een oude Genueese brug. Moeilijk te vinden maar van hier krijgen we een mooi uitzicht op de rivier met haar helder water.

wp-1474388305748.jpg

We zetten onze weg verder langs de de kust via de D81b richting Calvi. Vanuit de hoger gelegen kustweg kunnen we talrijke kleine stranden zien in de vele baaien die kuststreek rijk is. Voor we Calvi bezoeken rijden we eerst nog naar de Notre-Dame-de-la-Serra, een ommuurde kapel op zo’n 4km van de stad. De kapel is gebouwd op een rots boven de stad en het uitzicht over de baai is er werkelijk adembenemend.Calvi is een tamelijk drukke stad en op de parking van de Citadel vinden we nog een plaatsje. Voor we de de trappen van Citadel omhoog lopen zien we een monument staan ter ere van Columbus. Christoffel Columbus zou volgens de Corsicanen geboren zijn in Calvi, al zijn de meningen daarover wel sterk verdeeld. Menige Italiaanse en Spaanse steden claimen ook de geboortestad te zijn van de ontdekkingsreiziger. Boven op de Citadel lopen we eens rond en gaan daarna eens binnen in de Église St-Jean-Baptiste.

wp-1474394651334.jpg

Calvi zou de mooiste kustplaats van Corsica zijn, maar daar hebben wij toch onze bedenkingen bij. Het kilometer lange strand heeft wel iets, maar de binnenstad en de Citadel liet ons een zeer vuile indruk na. Van Calvi, de hoofdstad van de Balagne zijn we toch wat ontgoocheld. Voor we naar ons hotel rijden bezoeken we nog het pittoreske dorpje Sant’Antonino. Sant’Antonino, ligt op 500m hoogte als een echt arendsnest op de heuvelachtige Balagne. Heel toeristisch, we lopen niet alleen door de kleine, met oneffen gekasseide straatjes. Jammer, zo een mooi dorpje, maar ook hier laat het vele bouwafval dat overal rond gestrooid ligt een zeer onaangename indruk na. Tijd om ons hotel op te zoeken, heel fraaie plaats met een uitstekende keuken, beste diner tot nu toe.

Hotel : La Santa

Dag 9 Santa Réparata di Balagna

Woensdag 21 september

Uit de kamer van ons hotel zien we hoe in dit piep kleine dorpje, Santa Reparata di Balagne, s’morgens het dagelijkse leven hier op gang komt. Tot nu toe niets dan lof over ons hotel, geheel vernieuwde prachtige kleine kamers, en een uitstekend ontbijt. Vandaag gaan we rustig verder met het verkennen van enkele dorpjes in de Balagne. Onze eerste stop vandaag is Muro, en net als in de andere dorpjes ook hier oude kleine huizen en smalle straatjes. Wat wel opvalt in Muro is de hele grote kerk met een opvallende gele voorgevel. Het is nog zeer rustig in Muro, ik denk dat wij de eerste toeristen zijn vandaag die er wat rondwandelen. Voor we vertrekken gaan we de kerk nog eens binnen, wel imposant. Het mooie barokke interieur met een overvloed aan marmer en een prachtig altaar, is wel dringend aan restauratie toe.

wp-1474469021381.jpg

Van Muro rijden we naar Pigna, een dorp van kunstenaars en handwerkslieden. We laten de wagen aan de rand van het dorp staan en lopen er zo naartoe, en dit onder een stralende september zon. Ook hier een doolhof van straatjes, echter wat onmiddellijk opvalt is dat alles er hier veel properder bijligt als gisteren in Sant’Antonino. Dit dorp is echt een “Village fleuri” waardig en in een paar van de kleine huisjes zijn nog Corsicaanse ambachten te zien. Als je de Balangne bezoekt kan u dit schilderachtig dorpje vol charme niet links laten liggen. Op enkele kilometer van Pigna ligt het klooster van Corbara, waar we even stoppen op weg naar het gelijknamige dorpje. Corbara, de vroegere hoofdstad van de Balangne is niet anders dan de vorige dorpjes die bezochten, maar kan ons toch zo niet bekoren als Pigna. Tijd om nog eens af te zakken naar de kust, naar L’Île-Rousse een levendige havenstad. In de stad is het behoorlijk druk en we vinden moeilijk een parkeerplaats. Tenslotte kunnen we dicht bij Place Paoli parkeren, en lopen zo over het plein met de grote platanen naar de hal op de place du Marché. Onder de overdekte hal, met de antieken zuilen en zware houten steunbalken, is het heel druk voor de groente en fruit markt. Van hier wandelen we via de oude binnenstad langs het stadhuis en het station tot aan Île de la Pietra.

wp-1474469179343.jpg

Île de la Pietra is zowat een aanhangsel van rose granietrotsen, verbonden met een pier aan de stad. Op het verste punt van Île de la Pietra staat een vuurtoren en een oude Genuese toren, beiden gesloten voor toeristen. Zo sluiten we ons bezoek aan de Balangne en keren terug naar ons hotel, waar we terug uitstekend dineren.

Hotel : La Santa

Dag 10 Santa Réparata di Balagna – Bastia

Donderdag 22 september

De westkust van het eiland hebben we zowat gehad en nu trekken we verder noordwaarts richting Bastia aan de oostkust. Het weer ziet er prachtig uit, na het hevige onweer van gisteravond. De Balagne verlaten we via de dorpjes Feliceto, dat wat verscholen ligt tussen de boomgaarden, en Speloncata waar we even stoppen. Op de piepkleine place de la Libération staat een mooie fonteintje waar het al druk is vanmorgen. Het pleintje en de paar weggetjes die er op uit komen zijn zo minuscuul klein dat er nauwelijks plaats is om rond te draaien. Via het middeleeuwse dorp Belgodère, met zijn ruïnes van een oud fort, verlaten we nu echt de Balagne. Op naar de groene heuvels van de Castagniccia, genoemd naar de vele kastanjebomen in de streek. We zijn wel terecht gekomen in een iets andere omgeving, maar de kleine smalle weggetjes worden er niet beter op, in tegendeel, ook hier is het heel gevaarlijk rijden. Vanuit Ponte Leccio volgen we de D71 zo’n 12km tot in Morosaglia, onze eerste stop in de Castagniccia. Morosaglia een dorpje waar de tijd heeft blijven stilstaan, het echt landelijke Corsica. Het kleine dorpje is voornamelijk bekend doordat het de geboorteplaats is van de nationale Corsicaanse patriot, Pascal Paoli. Hij was het die de leiding nam om het eiland te bevrijden van het Genuese gezag in 1755. Over het hele eiland hebben we al tal van pleintjes en straten gezien die naar hem genoemd zijn.

wp-1474810605806.jpg

Van Morosaglia rijden we nog een stukje verder de Castagniccia in tot aan het dorpje La Porta. Het plaatsje is moeilijk te vinden en zoals gewoonlijk de weg er naar toe smal en bochtig. Blijkbaar weten menige toeristen het hier toch te vinden, als we het we het kleine kerkplein oprijden hebben we nauwelijks plaats om te parkeren. Ook La Porta bezit een enorme grote kerk, en volgens kenners, de mooiste barokke kerk van Corsica. En eerlijk ik denk dat ze gelijk hebben, het interieur is prachtig. Naast de kerk staat tevens een vijf verdiepingen tellende hoge klokkentoren, één van de grootste die we zijn tegengekomen op Corsica. Van hier rijden we terug naar Ponte-Leccia, waar we enkel kilometer verder stoppen aan de Ponte Nuovo. De Ponte Nuovo is een brug die voor de Corsicanen enig onafhankelijkheids gevoel oproept. Hier vond een hevige strijd plaats tussen het Franse leger en de troepen van Pascal Paoli. Nu de brug op zich is niks bijzonder en eigenlijk is het meer een ruïne. Onze laatste stop voor we naar Basta rijden is Murato.

wp-1474693682524.jpg

Murato is voornamelijk gekend door zijn idyllisch klein kerkje “Église San Michele”. Het kerkje, opgetrokken in zwart witte steen, staat eenzaam in een schitterend bergachtig landschap. Bastia onze eind bestemming voor vandaag is een heel drukke havenstad, en dat merken we ook meteen wanneer we de stad binnen rijden. Parkeren is echt een groot probleem hier, daarom heb ik een parkeerplaats gevraagd in de kelder van ons hotel.

Hotel : Port Toga

Dag 11 Bastia (Cape Corse)

Vrijdag 23 september

Deze morgen kunnen we ontbijten op het terras van ons hotel (zesde verdieping), met uitzicht op de haven van Basta. Ons hotel ligt in het noorden van de stad, vanwaar we onmiddellijk kunnen starten voor onze rondrit van vandaag, Cap Corse. Cape Corse is een klein schiereiland in het noordelijke deel van Corsica, dat begint in Bastia en zo’n veertig kilometer lang is en tien kilometer breed. Er loopt eigenlijk maar één weg rond het schiereiland, de D80 en die gaan we in tegenwijzerzin volgen. De eerste kilometers vallen wat tegen, druk verkeer en weinig te zien. In de buurt van Erbalunga rijden we wat dichter bij de kust en wordt het landschap mooier. De steile heuvels zijn begroeid met maquis en af en toe ziet het landschap er onherbergzaam uit. Af en toe stoppen we om wat foto’s te maken van de baaitjes, torens en dorpjes die tegen de heuvel aangeplakt lijken. Halverwege de rit verlaten we even de D80 en rijden naar het strand van Centuri. Langs de westkant van het schiereiland, wat ik persoonlijk het mooiste vind rijden we via Nonza terug naar Bastia. Vooraleer we de stad binnen rijden stoppen we nog aan Oratoire de Monserato, een kleine eenvoudige kapel, moeilijk te bereiken met de wagen.

wp-1474651792723.jpg

Binnen in de kapel is wel iets heel merkwaardigs te zien, namelijk een Scala Santa. De Scala Santa, of heilige trap begint voor het altaar en is een verwijzing naar de trap bij het paleis van Pontius Pilatus. Alle zonden worden vergeven als men de trap op de knieën beklimt, helaas de trap is afgesloten. Het resterende gedeelte van de dag gaan we gebruiken om de stad Bastia te verkennen. Vanuit ons hotel lopen we langs de haven naar Place Saint-Nicolas, een heel groot plein afgeboord met grote platanen en een standbeeld van Napoleon. Langs de kust lopen we verder naar de oude vissershaven om zo de Citadel te bereiken.

wp-1474644584231.jpg

Van hier, op een terras met een pastis, hebben we een mooi zicht op de baai en de voor anker liggende kleine boten. Het is aangenaam wandelen in de kleine straatjes rondom de Citadel. Verder bezoeken we nog de Église Sainte-Marie en de Chapelle Sainte-Croix in dezelfde buurt. Die laatste kapel, een juweeltje van barok met het zwarte Christus beeld, is zeker niet over te slaan bij een bezoek aan Bastia. Net als gisteren sluiten we dag af in restaurant Le petit Zinc, met een Corsicaans wijntje en een heerlijk diner.

Hotel : Port Toga

Dag 12 Bastia – Porto Vecchio

Zaterdag 24 september

Zo, vandaag de laatste en tevens langste rit van onze vakantie. Langs de oostkust rijden we van Bastia tot in Porto Vecchio zo’n 145km via de N198. Het eerste stuk van de weg tot aan de luchthaven van Bastia is een nieuw aangelegde autoweg, een verademing na meer dan een week niets dan bochten en kleine kronkelende weggetjes. Vlak bij de luchthaven verlaten we de snelweg voor een bezoek aan de kleine archeologische site Mariana, die gratis toegankelijk is. Op zich stelt de site niet veel voor, alhoewel de kleine Romaanse kerk La Canonica wel iets heeft.

wp-1474819272216.jpg

Zowat halverwege het traject Bastia Porto Vecchio houden we halt in Aléria. Bij opgravingen werden hier fundamenten bloot gelegd van een Romeinse stad. Eerst bezoeken we het kleine museum Jérôme-Carcopino, waar tal van de gedane vondsten worden tentoongesteld. De archeologische vindplaats zelf ligt wat verder op een heuvel. Archeologisch gezien zal de site wel heel wat betekenen, maar eerlijk, veel steek ik er toch niet van op. Na de twee, voor ons minder interessante sites, verlaten we nog eens onze route en nemen de D268 richting Zonza. Langs de schitterende slingerende weg rijden we tot op de col en Aiguilles de Bavella (1218m). De heel fraaie bergpas die in het begin van onze rondreis in het water viel, door de mist, kunnen we uiteindelijk nog bewonderen. Aan het standbeeld van Onze Lieve Vrouw ter sneeuw kunnen we onze wagen parkeren. Van hier start ook onze wandeling naar Trou de la Bombe, een rondwandeling van twee uur. Het makkelijk begaanbare, licht hellend pad, loopt evenwijdig met de bergkam door het dennenbos. De laatste 300m zijn wel wat moeilijker toegankelijk, maar na een uurtje komen we uit bij de Trou de la Bombe.

wp-1474819432118.jpg

Eigenlijk niet meer dan een gat van 8m diameter in de rotsen. Op de terugweg lijkt het weer om te slaan, en ja we zijn nog maar net aan de wagen of het begint te regenen. We rijden de col rustig naar beneden en vervolgen onze weg naar het hotel in Porto Vecchio. In ons hotel krijgen we een prachtige kamer met uitzicht op de baai, en het weer is hier prettig aangenaam, een paar dagen zal ik hier wel kunnen uithouden.

Hotel : Costa Salina

Dag 13/14  Porto Vecchio

Hier in Porto Vecchio genieten we nog twee dagen van het heel aangename weer. Op zondag bezoeken we de lokale markt, met tal van artisanale produkten en wandelen nog wat rond in het stadje, aangenaam kuieren.

wp-1474899876951.jpg

Corsica, staat bij ons niet op nummer één, maar het heeft wel iets te bieden zoals de rotsen nabij Bonifacio, de Calanche in Porto, en de talrijke prachtige kleine dorpjes in de Balagne en de Castagniccia. Ook de ongerepte kustlijn en de weelderige natuur maken van het eiland toch een aanrader.

Advertenties

 
%d bloggers liken dit: